Als je bij de bakker een dozijn donuts bestelt, verwacht je er 12. Toch zal er soms een dertiende inzitten. Dit word een baker’s dozen genoemd. Nu is dit vooral voor klantenservice, maar vroeger was het om lijfstraffen te vermijden.
Koning gereguleerd brood
De term “bakers dozen” verwijst naar een groep van dertien stuks. Dat is één meer is dan het normale dozijn van twaalf. Dit gaat terug naar het middeleeuwse Engeland waar oneerlijke bakkers klanten vaak oplichten door kleinere broden te verkopen voor de prijs van grotere.
In de 13e eeuw waren er strikte regels die het prijsniveau van brood reguleren, vastgesteld door koning Henry III via de Assize of Bread and Ale. Dit systeem zorgde ervoor dat bakkers hun brood verkochten op basis van kwaliteit, gewicht en prijs in verhouding tot de kosten van tarwe. Straffen konden gaan van boetes tot lijfstraffen.
Extra brood
Om te voorkomen dat ze gestraft werden, begonnen bakkers met het toevoegen van een extra brood bij elke verkoop van twaalf. Want zelfs voor de meest zorgvuldige bakkers was het lastig om de exacte gewichten van hun broden te garanderen omdat ze geen weegschalen hadden en met variaties in de rijzing en luchtinhoud van de deegstukken. Dus dit extra kleinere brood was als een verzekering dat ze aan de gewichtseisen voldeden. Zo kon de bakker straf vermijden.
Hoewel de praktijk rond de 13e eeuw populair werd, kwam de term “bakers dozen” pas veel later in gebruik. De eerste gedocumenteerde vermelding van de term is in 1599 in het werk van John Cooke. Later werd “bakers dozen” ook wel gebruikt om veertien stuks aan te duiden, hoewel dit tegenwoordig zeldzaam is.

